is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van moreelen wandel gezalfd en geëerd had, hem zei de christen lichtzinnig het respekt op. Hij had den zegen der vredelievendheid leeren kennen, bracht het ootmoedige dulden in het heilige land, bezette den leegen tabernakel met den zachtmoedigen raad, om ook de linker nog aan te bieden, wanneer de rechter genoeg oorvijgen heeft. En in onzen, in naam nog wel christelijken, maar inderdaad hoogst onchristelijken tijd, is het vereerde dulden reeds lang buiten praktijk geraakt.

Evenals ieder geloof zijn bijzonderen God, heeft iedere tijd zijn bijzonder recht. In zoover blijven godsdienst en moraal met de vtreering van hun heiligdom in orde; maar arrogant worden de gezellen, omdat zij zich breeder maken dan zij zijn, omdat zij, wat tijdelijk, wat onder bepaalde omstandigheden goddelijk en goed was, nu ook aan al de verdere verhoudingen als iets onovertreffelijks, absoluuts, permanents zouden willen opleggen, omdat zij met de heilzame remedie van hun individueele ziekte de kwakzalverij van een universeel geneesmiddel drijven, omdat zij overmoedig hun afkomst vergeten. Oorspronkelijk schrijft een bijzondere behoefte de wet voor, en dan moet de aan alles behoeftige mensch op het smalle koord van deze orde dansen. Oorspronkelijk is het werkelijk goede rechtvaardig, en dan moet slechts het geboden recht werkelijk goed zijn. Dat is het onverdragelijke: Het is voor de vastgestelde wet niet genoeg, om voor dezen tijd, voor dit volk of land, deze klasse of kaste rechtvaardig te zijn ; zij wil de heele wereld domineeren, wil recht in het algemeen zijn, zooals wanneer een pil medikament in het algemeen zou willen zijn, goed voor alles, goed voor diarrhée en voor hardlijvigheid. Deze laatdunkende aanmatiging af te weren, den haan de pauwenveeren uit te trekken, is de zaak van den vooruitgang, die den mensch over de veroorloofde grens heen brengt, hem de wereld wijder maakt, voor zijn verdrukte belangen de onthouden vrijheid weder verovert. De verhuizing van Palestina naar Europa, waar het verboden genot van varkensvleesch de kwade gevolgen van klieren en schurft niet meer na zich sleept, verlost onze natuurlijke vrijheid van een nu onzinnige, alhoewel eens goddelijke beperking. Maar de vooruitgang trekt een God of recht niet het galon af, om er anderen mee te behangen: dat zou ruil zijn en geen aanwinst. De ontwikkeling verbant de overgeleverde heiligen niet uit het land ; zij dringt ze slechts terug van den geusurpeerden grond van het algemeene in hun bijzonder veld. Zij neemt het kind op en giet dan het bad leeg. Omdat de kat den heiligen schijn verloren heeft, omdat zij ophoudt God te zijn, houdt zij nog niet op met muizen vangen, en alhoewel de Joodsche