Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dezelfde menschen. die er zich op beroemen, reeds sedert eeuwen met Aristoteles, d. w. z. met het autoriteitsgeloof gebroken te hebben en als gevolg daarvan in de plaats van de doode, overgeleverde, de levende, zelferkende waarheid zetten, vinden wij in het behandelde voorbeeld in volle tegenspraak met hun tendens. Bij een kluchtige gebeurtenis, al wordt zij ook door een geloofwaardig getuige verteld, blijft men toch getrouw aan de grondstelling der gewetensvrijheid, d. w. z. wat de verteller potsierlijk en kluchtig noemt, mag de toehoorder ernstig en fataal vinden. Men weet tusschen de gebeurtenis en haren subjektieven indruk te onderscheiden, welke laatste meer den verteller dan zijn onderwerp karakteriseert. Bij goede doeleinden en slechte middelen daarentegen wil men het verschil tusschen het objekt en de subjektieve bepaling daarvan, die overal anders het oogmerk is van alle kritiek, buiten beschouwing laten. Doeleinden, als de weldadigheid, de bekeering van ongeloovigen enz., noemt men zonder meer, a priori, gedachteloos goed en heilig, omdat zij dat ergens anders geweest zijn, ofschoon hun levende indruk in de aangehaalde gevallen het juiste tegendeel bewijst, en men verwondert zich achteraf, dat de onrechtmatige titel de onrechtmatigheden der privilegies achter zich aan sleept.

Het predikaat goed of heilig verdient in de praktijk slechts dat doel, dat zelf een middel, een onderdaan van het doel aller doeleinden, van het heil is. Daar waar de mensch zijn heil in het burgerlijke leven, in produktie en handel, in het ongestoorde bezit van goederen zoekt, snijdt hij zich in de lange vingers met het gebod „gij zult niet stelen"; waar daarentegen, als bij de Spartanen, strijd het hoogste goed is en doortraptheid de noodzakelijke eigenschap van een goed strijder, gebruikt men de spitsboeverij tot het verkrijgen van slimheid, sanktioneert de diefstal als middel tot het doel. Om nu den Spartaan uit te schelden, dat hij een strijder en geen klein burger was, is de werkelijkheid ontkennen, is ontkennen, dat ons hoofd niet geroepen is om de feitelijke toestanden van de wereld te remplaceeren, maar om te begrijpen, dat een tijd, een volk, een individu altijd dat is, wat het onder de gegeven omstandigheden zijn kan en daarom ook zijn moet.

Wanneer wij met den zin „het doel heiligt het middel", de heerschende beschouwing op haar kop zetten, dan is dat geen te berispen individueele liefhebberij voor paradoxen, maar het konsekwente gebruik van de filosofische wetenschap. De filosofie is te voorschijn gekomen uit het geloof aan een dualistische tegenstelling tusschen God en wereld, tusschen lichaam en ziel, tusschen geest en vleesch, tusschen hoofd en zin, tusschen denken en zijn. tusschen het alge-

Sluiten