Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delen voor het absolute heil der menschheid uitgeeft. In de zedelijkheid dokumenteert men oorspronkelijk de belangen, als in de mode den smaak, om dan naderhand, evenals hier het kleed, daar de handeling aan het voorgeschreven voorbeeld aan te passen. De macht oefent hierbij noodzakelijk, ter wille van het eigen leven, dwang uit en dwingt de wederspannigen tot onderwerping. Belang en plicht zijn. alhoewel niet juist synonieme, dan toch nauw verwante uitdrukkingen. Beide gaan zij op in het begrip van het heil. Het belang is meer het konkreete. oogenblikkelijke, tastbare heil; de plicht daarentegen het verdere, ook op de toekomst bedachte, algemeene heil. Wanneer het belang naar de naaste, grijpbare, klinkende welvaart van den geldbuidel vraagt, verlangt de plicht daarentegen, dat wij niet slechts een deel, ook het geheel, niet slechts het tegenwoordige, naaste, ook het verre, toekomstige, niet slechts het lichamelijke, ook het geestelijke welzijn in het oog houden. De plicht bekommert zich ook om het hart, om de sociale behoeften, de toekomst, het zieleheil, kortom om de belangen in het geheel en prent ons in, ons van het overtollige te onthouden, om het noodzakelijke te verkrijgen en te behouden. Zoo is uw plicht uw belang en uw belang uw plicht Wanneer zich onze ideeën aan de waarheid of werkelijkheid en niet omgekeerd de waarheid zich aan onze ideën moet aanpassen, dan moeten wij de veranderlijkheid van dat wat rechtvaardig, heilig en zedelijk is als natuurlijk, noodzakelijk en waar erkennen, en de peisoonlijkheid ook theoretisch de vrijheid laten, die zij zich praktisch niet ontnemen laat, te erkennen dat zij evenals tot nu toe zoo ook verder vrij is. de wet volgens haar behoefte en niet volgens vage, onreëele en onmogelijke abstrakties, als rechtvaardigheid of zedelijkheid, te vormen. Wat is rechtvaardigheid? Het inbegrip van dat, wat men voor rechtvaardig houdt, een individueel begrip dus, dat bij verschillende personen een verschillende gestalte aanneemt. In werkelijkheid zijn er slechts enkele, bepaalde, bijzondere rechten en dan komt de mensch en trekt daaruit het begrip der rechtvaardigheid, evenals hij uit de verschillende houtsoorten het begrip van hout in het algemeen genomen heeft of uit de materieele dingen de idee der materie. Even onwaar, ofschoon zeer ver spreid, als de beschouwing is, dat de materiëeele dingen uit of door middel van de materie bestaan, even onwaar is het geloof, als zouden de moreele of burgerlijke wetten uit de idee der rechtvaardigheid

voortgekomen zijn.

Het zedelijke verlies, dat onze realistische of, zoo men wil, materialistische beschouwing met zich brengt, is zoo groot met als het lijkt. Wij behoeven niet te vreezen, daarom van sociale menschen

Sluiten