Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die haar mededinging voorschrijft. En zij doet 't niet, omdat hare Westersche fierheid den staf gebroken heeft over Oostersche onderworpenheid. Het recht van vrije zelfbesteming geeft de Westersche vrouw niet prijs, want zij weet, dat dit recht, met dat der persoonlijkheid, in 't allernauwste verband staat. En persoon is zij en blijft zij, ook in 't huwelijk, niet aanhangsel tot, noch slippedraagster van den man. Wat zij vermag, wat hare krachten te boven gaat, stelt zij vast, en zij alleen. Dat de Staat met interne huwelijksaangelegenheden zich inlaten, de gevolgen daarvan berekenen en naar willekeur afmeten zou, noemt haar gezond verstand gedrochtelijk, en honderd Roomsche Congressen verhinderen niet, dat zij gelijk heeft. Nog eens, met de Savornin Lohman :

„De menschen, die een huwelijk sluiten, moeten zelf beoordeelen of zij de moeilijkheden waarvoor zij komen te staan, aandurven of niet, en moeten zelf weten, wat in hun omstandigheden het geschikste is."

Dat is 't echte christelijke èn historische standpunt. Het verheugt mij, dat de confessioneele en de wijsgeerige weg op dit punt evenwijdig zijn.

Afgescheiden echter van den, tot dusver, gevolgden weg der redeneering, is niets gemakkelijker dan aan te toonen, dat de instandhouding van het ambt der huwende vrouw, wanneer zij overigens het dienstbelang niet te na komt, in volmaakte overeenstemming is met de beginselen, die

Sluiten