Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

litteratuur hoofdzakelijk slechts wat de latere oudheid voor hare scholen het geschiktst achtte. Daar zijn voorzeker een aantal lichtpunten en uitzonderingen. Het Parthenon staat nog overeind; de werken van Plato hebben wij nog zoo goed als volledig. Maar in het algemeen gesproken, welk eene verwoesting! Zelfs van eene grondige en volledige kennis der groote classieke dichters, die men gemeenlijk voor goed bekend houdt, zijn wij, op de keper beschouwd, nog ver af. De zeven treurspelen van Aeschvlus, die wij over hebben, vertegenwoordigen nog geen tiende gedeelte van hetgeen door hem geschreven was; naast de zeven bewaard gebleven drama's van Sophocles kende de oudheid er nog meer dan honderd andere. Democritus, Heraclitus, Sappho, om nog maar enkele namen te noemen, van wier grootheid wij ons nochtans bewust zijn, spreken nog slechts door uiterst geringe overblijfselen hunner werken rechtstreeks tot ons. De geheele attische comedie der vijfde eeuw, met uitzondering van een elftal blijspelen van Aristophanes. de wijsbegeerte vóór Plato. vele van de in en na hunnen tijd meest gelezene grieksche historici: dat alles is of geheel verloren of nog alleen door losse citaten en fragmenten vertegenwoordigd. Bij zulk een staat van zaken rijst de vraag: hoe zal het ons kunnen gelukken ons van de ontwikkeling der helleensche gedachte eene juiste voorstelling te maken V Wel is het beeld, dat de latere oudheid van de classieken heeft gehad, ons van eeuw tot eeuw en van geslacht tot geslacht overgeleverd, maar, daargelaten dat dit hoogst onvolledig is, welken waarborg hebben wij, dat het niet in vele opzichten inisteekend isV Om eene goede voorstelling van de letterkunde van een volk te verkrijgen, moet men zoowel de personen kennen, die hare voornaamste vertegenwoordigers zijn geweest, als de algemeene

Sluiten