Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Rome opgericht, dat, na aanvankelijk een meer internationaal karakter te hebben gedragen, later uitsluitend duitscli werd en sedert zoo gebleven is. Te Athene werd een Fransch Instituut gesticht, hetwelk zich met steeds wassenden ijver en middelen aan de ontdekking der gneksche oudheid ging wijden. Het voorbeeld der Franschen te Athene is later door de meeste andere groote mogendheden gevolgd. De eerste groote, systematische opgraving in Griekenland werd in 1874 door Duitschland <>]> aandringen van Ernst Cuhtius te Olvinpia ondernomen. Later volgde de ontgraving van Delphi en Delos door de Franschen, zoodat thans de drie belangrijkste heiligdommen, die Griekenland bezat (benevens nog een groot getal andere) onderzocht zijn. Ook te Athene zelf, in de hoofdstad van het nieuwe koninkrijk (iriekenland, heeft men reeds vroeg de handen aan het werk geslagen, hoewel men zich daar hoofdzakelijk heeft moeten bepalen tot de acropolis en hare hellingen, daar de antieke benedenstad ongelukkig door eene wijk van het moderne Athene bedekt is. Inmiddels was reeds in 1S7<> ook Schuemaxx zijne nasporingen te Troje, Mycene en Tiryns begonnen, in de overtuiging, dat de door Homerus geschilderde wereld geen fantasie, maar werkelijkheid was. Door hein hebben wij de oudste schitterende phase der beschaving op het grieksche vasteland leeren kennen, welke in de ir>de eeuw voor onze jaartelling haren hoogsten bloei bereikte. De uiterst gewichtige opgravingen op Creta, in 1898 begonnen en nog steeds voortdurende, vormen als het ware het tweede bedrijf deiontdekkingen van ScHUEXiAXX. Het langst heeft op zich laten wachten de ontgraving der antieke steden, die vóór en naast Athene middelpunten der grieksche beschaving waren. Men heeft zich, misschien in de meening daar nog gunstiger

Sluiten