Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groningsche hoogeschool en der wetenschap, zooveel in mijn vermogen is, te dienen.

Mijne Hi eren Hoogleeraren, in het bijzonder van de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte,

Staat mij toe mij ten zeerste in U aller welwillendheid aan te bevelen en U de verzekering te geven, dat ik het mij tot eene eer reken een der Uwen te mogen zijn. Door het overlijden van mijnen voorganger is U een geleerde van zeer groote bekwaamheid ontvallen. Het is U allen bekend, Avat Polak als docent en als wetenschappelijk onderzoeker geweest is. Hij was een der meest geschatte vertegenwoordigers dier vaderlandsche school van philologen, die in de l!)de eeuw in geheel de wereld de aandacht getrokken heeft. Zijn werk over de scholiën op de Odyssee, zijne opstellen in het Leidsche tijdschrift de „Mnemosvne" toonen hem ons als een degelijk en scherpzinnig taalkundige van den ouden stempel. Niet minder doen zijne belangwekkende studies over nieuwere letterkunde, zijne Gidsartikelen over zoo menig onderwerp uit de grieksche litteratuur, zijne voortreffelijke schets van het werk en de beteekenis van zijnen grooten leermeester Cobkt ons hem kennen als een man van smaak en van belezenheid, die door zijne gematigdheid en zijn onbevooroordeeld verstand tot oordeelen bevoegd was. Bij de vervulling der taak, die hij ontijdig neder moest leggen en die thans op mij rust, zal ik Uwen steun en voorlichting dikwijls behoeven. Ik koester het vertrouwen, dat Gij mij die niet zult onthouden. Met U, hooggeachte Boissevaix, samen te mogen werken beschouw ik als een zeer groot voorrecht. En ook met U, zeer gewaardeerde ambtgenoot

Sluiten