is toegevoegd aan uw favorieten.

De wederontdekking en wederopbouw der oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arehaeologische Instituut in hun midden hebben opgenomen. De jaren, waarin ik op aanbeveling der Nederlandsche Kegeering als buitenlandsch lid aan de Eeole francaise te Athene verbonden was, reken ik tot de best bestede en tevens tot de leerzaamste van mijn leven. Ook van de afdeelingen van het duitsche Arehaeologische Instituut te Home e» te Athene heb ik veel hulp en steun mogen ontvangen. Xiet minder dank ben ik aan de Grieksclie Regeering eu aan haren vertegenwoordiger, den hoofdinspecteur der grieksclie oudheden. Panagiotis Kabbamas. verschuldigd voor de krachtdadige hulp en de vergunning tot het doen van opgravingen, die zij mij herhaaldelijk verleend hebben. Den Nederlandsclien Zaakgelastigde te Athene, den Heer Vak Lexxep, betuig ik mijnen eerbiedigen dank voor zijne groote bereidwilligheid om mij, waar het noodig bleek, met raad en daad te steunen. De grootste verdiensten met betrekking tot het welslagen (leionderzoekingen, waarmede ik in 1902 begonnen was, heeft de „Commissie voor de Nederlandsche opgravingen te Argos" verworven, die zich in 1903 tijdens mijne afwezigheid onder het voorzitterschap van Dr. F. L. J. Krümeb gevormd had. Den hooggeachten voorzitter en de leden dezer Commissie dank ik ten zeerste voor hunne welgezindheid en hunne belangstelling. Een woord van bijzonderen dank nog aan U, Brakman, die U als secretaris, en aan U, Luxsixgh Scheurleer , die U als penningmeester dier Commissie veel belangelooze moeite getroost hebt. Desgelijks aan U, geachte Goekoop, die ons steeds zoo edelmoedig gesteund hebt en ook in andere moeilijke vragen onzer wetenschap zoo warm belang stelt. Mogen onze meeningen op bijzondere punten al somtijds uiteenloopen, één weten wij ons in de bewondering der grieksclie oudheid en in de overtuiging, dat er niet slechts gepeinsd,