Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche Provinciën in den besten roep stonden.

Bij de uitoefening van hun vak voorzagen deze Geneesheeren zich van medewerkers alleen voor die werkzaamheden, welke zij om een of andere reden gaarne uit handen gaven. En daar de toediening van natuurproducten (voornamelijk plantaardige) als geneesmiddel, in den toenmaligen tijd een voorname rol speelde, bedienden zij zich van mannen die zich toelegden op het verzamelen van wortelen en kruiden in de vrije natuur en die om dat bedrijf rhizotomen') genoemd werden. Dat deze menschen allengs een groote mate van practische kennis der levende natuur opdeden, spreekt wel vanzelf en zij hebben ook later — toen zij hunne kennis neerlegden in „Kruydeboeken" en die nog aankweekten in „Kruydetuinen", — belangrijke gegevens geleverd, waarop de systematische plantkunde is opgebouwd.

Deze kruidenzoekers leverden aanvankelijk de opbrengst van hunne werkzaamheid aan de geneesheeren, die er op hunne beurt de zieken van bedienden en ze in verschillende vormen appliceerden. Maar langzamerhand eigenden de eerste zich door oppervlakkige waarneming een deel toe van de kennis, die toen zoowel als thans, door de geneesheeren als hun speciaal domein werd beschouwd, en gewapend met deze halve wetenschap en hun oogst van wortelen en kruiden, trokken zij het and door als marskramer om den lijdenden mensch verlichting van smarten te brengen. Zij noemden zich pharmacopolen [in den tegenwoordigen tijd zou men „kwakzalvers" zeggen] en het schijnt dat onder hen werkelijk bekwame kenners van de werking en toebe-

') letterlijk: wortelsnijders.

Sluiten