Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de instelling der departementale ,Commissie voor geneeskundig toeverzigt" in Holland in 1803, trad ook de scheikunde als hulpwetenschap meer op den voorgrond.

Deze had zich allengs door de vele ontdekkingen die de Zweedsche apotheker Scheele op het eind van de 18e eeuw in slechts 12 jaren van zijn korte leven gedaan had op chemisch gebied en door de hervormingen, die de Fransche scheikundige Lavoisier omstreeks dienzelfden tijd invoerde en waarvan het verdwijnen van de bekende phlogiston-theorie het gevolg was, tot een meer zelfstandige wetenschap ontwikkeld en zou in het begin van den igden eeuw tot grooten bloei komen doordien het ordenend talent van den Zweedschen scheikundige Berzelius systeem bracht in den chaos van kennis.

Men vindt dan ook in het genoemde reglement vermeld dat voortaan o. a. ook zal geexamineerd worden over „de scheikundige gronden der Apothecarskunst," dat de candidaat — en nu wel in tegenwoordigheid van één of meer zijner examinatoren — „zal verplicht zijn, behalve drie galenische, ook drie chemische geneesmiddelen zamen te stellen" en dat ten slotte „de Proeveling zijne kunde zal moeten toonen van de bekendste vergiften, als Plumbum, Arsenicum, Sublimatum Corrosivum, en dezelver Tegengiften, alsmede blijken geven van zijne bekwaamheid, om, door scheikundige Proeven, het aanzijn van die vergiften in spijzen of dranken te ontdekken."

De uitbreiding der examens in deze richting bleef bestendigd nadat in 1812 op last van het Fransche bewind, deze geneeskundige Commissie vervangen werd door een „Jury médicale du Zuiderzee." *) welk depar-

') W. Stoeder, Geschiedenis der Pharmacie in Nederland, blz. 344.

Sluiten