Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoogenaamde wilde-apothekers, — tegenwoordig eenige die op onwettige wijze hun vak uitoefenen niet alleen, maar die dit doen op een stootende, onaangename manier, en die zich niet ontzien het publiek om den tuin te leiden ten einde hunne waren te verkoopen. Er zijn onder de tegenwoordige apothekers daarentegen eenige, die op sympathieke wijze tegemoet komen aan de behoeften en wenschen van de geneeskundigen in de uitoefening van hunne curatieve practijk en die in de meest elegante vormen het publiek van hunne geneesmiddelen voorzien en op die manier hun zaak nog tot betrekkelijken bloei brengen. Maar dit neemt niet weg dat — in het algemeen gesproken — het vak van drogist een toekomst is verzekerd en dat het vak van den tegenwoordigen apotheker, in den zin van wetenschappelijken winkelier, ten doode is opgeschreven. Op het oogenblik kan het slechts door kunstmatige zorgen en wettelijke steunsels in het leven gehouden worden. Maar verdwijnen deze dan zal men dat vak als zoodanig zien ondergaan in den strijd om het bestaan. En zou dit jammer zijn ? Mogelijk: wanneer men denkt aan de waardige personen, die op het oogenblik het vak uitoefenen. Maar zeker niet wanneer men alleen let op de behoeften der Gemeenschap.

Ik moet nu terugkomen op de vraag of de pharmacie, de leer der geneesmiddelen en vergiften, zich leent voor wetenschappelijke beoefening en dus als zoodanig een vak moet zijn, dat aan de Universiteit wordt gedoceerd en gecultiveerd. Dit valt natuurlijk geheel en al buiten de vraag, die ik zoo even behandelde, of zulk eene wetenschappelijke beoefening kan leiden tot een maat-

Sluiten