Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gelden. Door eene wet van 27 Ventöse VIII (18 Maart 1800), „werd de instelling der rechtsgeleerde raadslieden hersteld, en „door een nog in hetzelfde jaar genomen besluit der Consuls, „werden de oude proceswetten, voorloopig, namelijk tot de uitvaardiging van de in uitzicht gestelde nieuwe wet, van kracht „verklaard. Inderdaad, geeft alleen eene procesregeling, die in „bijzonderheden aldaalt, en aan het rechterlijk goedvinden niet „al te groote speelruimte laat, voldoenden waarborg, voor eene „onpartijdige rechtspleging, en voor de verwerkelijking van het „materieele recht." (1)

Wilde men den uitnemenden processualist met gelijke munt betalen, men zou allicht naar dit betoog kunnen verwijzen, ten einde te doen zien, welken aanleg conservatief bewerktuigde hoofden, voor caricatuurteekening bezitten. Een, in de omwentelingskoorts doldriftig genomen besluit, onderdeel van de reeks, waarmede de Terreur het menschelijk geslacht gelukkig maken wou, wordt voor les der geschiedenis! — excusez du peu — uitgegeven! En welk besluit? Een, tot afschaffing van rechtsgeleerde raadslieden, d. w. z. tot het plaatsen van personen, die, met luttel uitzonderingen, van toeten noch blazen weten, vlak voor een labyrinth van kronkelpaden, zonder hulp, zonder steun, zonder raad, zonder bijstand! Men had even goed het paleis van justitie kunnen sluiten, om straks tot de ervaring te komen, dat men toch eigenlijk rechters niet missen kan! De „geschiedenis" schijnt waarlijk te ernstig, om hare lessen tot voetstuk te bezigen voor dergelijke platitudes.

Waar het Seuffert om te doen is, verheelt hij niet: „Onder „de voorstellen tot hervorming, die het licht hebben gezien, zijn „er, voor wier verwerkelijking de schrijver van dit opstel meent

(1) System des Zivilprozessrechts, in Die Kultur der Gegenwart von P. Hinneberg. Dl II Abth. VIII blz. 191.

Sluiten