Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„te moeten waarschuwen. Daartoe behoort vóór alles het verhangen naar eene verdere versterking van 's rechters macht, ten „koste van de behandeling der partijen en de „Verhandlungs„maxime". (1) Zoodanig verlangen komt overeen met den „bureaucratischen geest, die helaas! in groote kringen van den „stand der rechtsgeleerden heerscht. De vervulling van dien „wensch, zou een terugtred, in de ontwikkeling van het duitsche „procesrecht, beteekenen." (2)

Zou men niet meenen, dat eene beschuldiging als deze, stevigen steun behoeft, om ingang te vinden? Onder bureaucratie en „bureaucratischen geest", verstaat men: uitvloeiselseenerneiging om zaken van algemeen belang, zooveel mogelijk, ter afdoening, op te dragen aan bepaalde klassen van personen, waarin langzamerhand een kastengeest zich vestigt. In dit geval, zou die klasse bestaan uit rechterlijke ambtenaren, en zouden de juristen die afschuivingsmethode in toepassing brengen, ter vervanging van de eigen handeling van partijen. Men staat waarlijk verbaasd over des schrijvers vindingrijkheid, om eene zaak, die zijne goedkeuring niet wegdraagt, in kwaad daglicht te stellen.

Seuffert zelf zegt: „Het duitsche procesrecht van den tegen„woordigen tijd, dat aan de volgende beschouwing ten grondslag „ligt, is de slotsom eener ontwikkeling, waarin oud-germaansch „recht, romeinsch-kanoniek recht en fransch recht deel hebben „gehad." (3)

Met niet één woord wordt, door hem, melding gemaakt van het bestaan zelfs van het oostenrijksche procesrecht, dat toch reeds van 1 Augustus 1895 dagteekent. In welk licht komt,

(1) Dit woord is moeilijk te vertalen. Het sluit in zich èn de uitsluitende macht van partijen over den procesgang èn de daarmede samenhangende lijdelijkheid van den rechter.

(2) Seuffert t. a. p. blz. 192.

(3) t. a. p. blz. 164.

Sluiten