Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem toekomende rechten, leidt niet tot beslissing van ons vraagpunt. De ratio determinandi ligt elders. Op het eigen oogenblik, dat iemand tot den rechter zich wendt, en van dezen eene beslissing te gemoet ziet, vergt hij, van den daartoe aangestelden ambtenaar, eene uitspraak, niet over zijn subjectieve aanspraak, maar over de objectieve rechtsorde. Deze, die objectieve rechtsorde, overweegt de rechter, maakt daaruit zijne gevolgtrekking, gaat na of de ingestelde vordering met die rechtsorde strookt, en wijst het subjectieve recht toe of af, al naar gelang van zijne opvatting dier rechtsorde. Het subjectieve recht alzoo, waarover de beslissing valt, is de secundaire vrucht van 's rechters overweging, die, prima facie, de rechtsorde geldt. De leer, welke ik bestrijd, keert de zaak vlakweg om. De rechter is niet, gelijk zij het voorstelt, wachter van der burgers subjectieve rechten, maar bewaker van de objectieve rechtsorde, in den Staat geldende.

Hernemen wij het voorbeeld van zooeven. Bij de schuldbekentenis kunnen allerlei vragen ter sprake komen: die nopens cautio indiscreta; die nopens al of niet geoorloofde oorzaak; die nopens handteekening, onderschrift, afstempeling enz. Onderstel, partijen zijn het oneens over eerstgemeld punt. Alsdan zegt het vonnis: in Nederland geldt al of niet eene cautio indiscreta. Van deze overweging valt, voor dit proces, deze vrucht af: de schuldbekentenis, waarvan sprake, is, als middel van executie, geldig. Daarom nu is het wel partijen, maar daarom is het niet den rechter te doen. De rechter is orgaan van den Rechtstaat, geroepen en aangesteld om te verklaren, hetgeen de Staat zelf — kon hij spreken — verkondigen zou.

Hoe het misverstand — bevreemdend slechts voor een man als Seuffert ! — in de wereld kwam, valt lichtelijk in te zien.

Men nam steeds waar, dat een vonnis aan een dagvaarding, en deze aan den wil van partijen het aanzijn dankt. Het gevolg dier waarneming was een optisch bedrog. Hetgeen partijen in

Sluiten