Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cludeerd worden moet. Menschelijke zaken moeten nu eenmaal redelijkerwijze worden gehanteerd, en bovenmenschelijke eerst recht. Nooit echter mag het den schijn zelfs hebben, dat het geding, eens op het getouw gezet, van het goeddunken van partijen afhankelijk is. En de rechter, die zoodanige opmerking, in mijne oogen aanmatiging, vernam, zou haar beantwoorden, met hetgeen de kanaalloods toevoegt aan den kapitein, wiens commando hij overgenomen heeft: it is my care, Sir.

De tweede grond, door Seuffert aangevoerd, schijnt mij, als zuiver parademiddel, te berde gebracht te zijn. Indruk kan hij slechts maken op hen, die. door beduchtheid voor den voogdij-staat, op de vlucht worden gejaagd. De zelfstandig in het proces ingrijpende rechter is niet een voogd, omdat partijen niet minderjarig zijn. Ook worden zij het niet, doordien Wet en Recht aan zijne hoede zijn toevertrouwd. Zijns is de taak, om op te komen voor een belang, dat, — in thesi — bestaan bleef, ook al werd er — casus non dabilis, — nooit een proces gevoerd. Door, te onpas, van voogdijschap te reppen, stelt men iederen burger onder de curateele van onverschillig welken ambtenaar, door den Staat, voor onverschillig welk doel aangesteld. Waarom moet de zelfstandige rechter voogd heeten, en niet b.v. de hypotheekbewaarder, die, eveneens in het belang van partijen, op specialiteit en publiciteit aandringt?

Seuffert's derde grond eindelijk gaat geheel bezijden de vraag, die ons bezighoudt. Zeer mogelijk dat het belang van partijen haar tot diligentie aanspoort. Is dit zóó, dan bestaat er eene gelukkige coïncidentie, tusschen hetgeen partijen begeeren, en de rechter moet trachten te verwerkelijken. Het steunpunt van en de drijfveer tot dien weerzijdschen ijver is echter verschillend, omdat beider standpunt verschilt.

De rechter verlangt spoedige afdoening, omdat, ipsis rebus et factis, door het aanhangig maken van het geding, eene onduidelijkheid, in de rechtsorde, gebleken is, of heet te zijn, die, om

Sluiten