Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harentwil, zoo snel doenlijk opgeruimd worden moet Partijen begeeren hetzelfde, uit eigen belang, ten einde te weten, waaraan zij zich te houden hebben. Die beide hemelsbreed verschillende oogmerken verdragen elkander onderling uitnemend. Eerst dan staan zij elkander in den weg, werpen elkander zelfs omver, wanneer men de beide, evenwijdig loopende, lijnen opvat, als kruisten zij elkaar. Alsdan, doet het snijpunt de vraag ontstaan: wat verdient de voorkeur, de onderstelde haast van partijen, of de plichtmatige bespoediging des rechters ? Eene hersenschimmige vraag, die Seuffert, zonder de minste noodzaak, leidt tot neutraliseering des rechters, krachtens beweerde deligentie van partijen.

Bovendien, is zijne hypothese zelve er eene, die naar de lamp riekt, en het werkelijke leven miskent.

De gevallen zijn voor het grijpen, en tellen in de rechtszalen bij duizenden, dat wanbetalers, chicaneurs, in ongelegenheid verkeerende schuldenaren, op niets minder dan op afdoening of klaarheid, op niets meer dan op uitstel of verwarring bedacht en belust zijn. In die gevallen, faalt zijn grond voor lijdelijkheid, maar de lijdelijkheid zelve blijft bestaan, — ten koste van het Recht, dat én in concreten én in algemeenen zin er het slachtoffer van wordt.

Maar al te zeer wordt dit laatste uit het oog verloren, door de zeloten der lijdelijkheid, waartoe Seuffert blijkt te behooren. In en door zich zelve is de onaandoenlijke en passieve houding des civielen rechters een door en door vicieus beginsel. Steeds is het mij onverklaarbaar voorgekomen, hoe men, willens en wetens, de oogen sluiten kan, voor die wrange vrucht eener grondstelling, welke den rechter doemt tot het schouderophalend aanzien van daadwerkelijke rechtsverkrachting.

Ons geldend recht straft des rechters rechtsweigering (art. 852 Rv.), waarom laat het ongemoeid, hetgeen, luce clarius, rechtsweigering, door partijen, in de hand werkt?

Sluiten