Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtuigd is. Wil hij wel veroordeelen, dan zijn de bewijsregels veel nauwkeuriger omschreven, en wordt daaraan veel strenger de hand gehouden dan in burgerlijke zaken het geval is.

Wat dan ook aanleiding gegeven heeft tot het maken der gewraakte onderscheiding, schijnt ten deele een gevolg van misverstand. Of liever van de omstandigheid, dat, terwijl in strafzaken hoofdzakelijk wordt recht gedaan op direct getuigenbewijs of aanwijzingen (vermoedens), het bewijs in burgerlijke zaken vooral pleegt geput te worden uit geschriften. En eene eigenaardigheid van schriftelijk bewijs is, dat het van nature een meer formeel karakter draagt. Past de strafrechter art. 400 W. v. Sv. toe, dan zal zijne beslissing hetzelfde karakter dragen, als wanneer hij in een burgerlijk geding eene zelfde vraag te beoordeelen had.

Toch is er in een ander opzicht wel verschil tusschen de rechtspraak in burgerlijke en die in strafzaken. In de eerste is de rechter, in den regel, gebonden aan de bewijsmiddelen, welke hem worden voorgelegd; in de andere verzamelt hij, in den regel, zijn bewijsmateriaal zelf. De leiding der bewijsvoering berust in de eerste bij partijen, in de laatste bij den rechter.

De oorzaak daarvan ligt niet in de soort van waarheid, waar het om te doen is, maar elders, in burgerlijke zaken heeft men partijen, die (behoudens enkele uitzonderingen, waarop niet behoeft te worden ingegaan) strijden voor bijzondere belangen, waarover zij vrij beschikken kunnen. Willen zij afzien van een hun toekomend bewijsmiddel, welks gebruik hun om vaak eerbiedwaardige redenen tegenstaat of meer nadeel dan voordeel zou opleveren, dan verzet zich geen algemeen belang tegen zoodanige handelwijze. En verzuimen zij het juiste middel aan te voeren, dan hebben zij de gevolgen daarvan aan zich zeiven te wijten, en vordert geenerlei algemeen belang eene tusschenkomst des rechters. Zelfs is het twijfelachtig, of zoodanige tusschenkomst,

Sluiten