Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fraai staat voor den strijd om het recht zich aantegorden. Op dit punt kom ik terug.

Bij den lofzang op het romeinsche proces verwijst Ihering naar twee kenmerken daarvan.

Het eerste kenmerk is, dat -men eischt in bepaalden vorm, zoodat, in één proces, slechts ééne vordering aanhangig wordt gemaakt. Samenvoeging van vorderingen tegen één persoon (cumulatie) is derhalve uitgesloten. Hemelhoog wordt deze analytische aanleg van het proces verheven. „Orde en tucht zijn noodig voor den strijd, „die, terwijl hij eenerzijds de partijen beperkt, haar aan „den anderen kant tegen rechterlijke willekeur en de „chicane der wederpartij, al hetgeen in de regelloosheid „der handeling de zekerste schuilplaats vindt, in bescher„ming neemt. Deze tucht van den strijd bestaat hierin, „dat, voor het proces, een bepaalde weg afgebakend en „dienovereenkomstig voor alles, dat gebeuren moet, eene „bepaalde plaats en tijdstip gesteld wordt, waarvan het „noodzakelijk gevolg is, dat verzuimde handelingen uitge„sloten blijven".

Onder dit erbarmelijke sofisme zucht ons proces nog heden ten dage. Indien splitsing en scheiding de onontbeerlijke voorwaarde voor orde waren, moesten wij tenten in het open veld opslaan, want zoodra de metselaar de steenen gerangschikt heeft en aan de synthese der woning d. i. aan het bouwen beginnen wil, maakt hij zich schuldig aan wanorde. Wat erger is, met zijn eigen

Sluiten