Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontbreken nu, of zijn onvolledig aan weerszijden de eigendomsbewijzen, dan gaat men haspelen over het bezit, ten einde uitgemaakt te krijgen wie straks, in het proces over den eigendom, den zwaarderen last van bewijsvoering op zich te nemen heeft. Alzoo een proces, als voorlooper van, een wegbereider tot een proces, precies zooals men van de Duitschers zegt : Sie schreiben ein Buch über ein Buch. Dit heeft reeds iets, dat het hart verblijdt. Hoe komen wij nu echter tot de declamatie : nooit, zooeven van art. 130 B. R. vernomen? Wel, op doodeenvoudige wijze. Het zou kunnen gebeuren, dat degene, die in het bezit stoort, bewijzen kan eigenaar te zijn. Liet men hem nu zijn gang gaan, dan waren de possessoire actiën overbodig, want die zijn er juist om de rol verdeeling in de moeilijke eigendoinsvraag voor te bereiden. „Si quelques „preuves permettaient de trancher le pétitoire, a quoi „servirait alors le possessoire? vraagt Bordeaux. (1) Alzoo, de possessoire actiën zijn er, uit vrees voor rustverstoring, waar het ageeren ten petitoire min of meer onzeker is. Hij echter, die possessoir en petitoir vereenigt, meent van zijne zaak zeker te zijn, waagt men op te merken. Dat doet er niet toe, luidt het bescheid, het verbod om te vereenigen dient tot dekking van de possessoire acties. Waar bleven zij, viel het verbod ? Slotsom : het verbod van vereeniging is ontstaan, — uit vrees, dat de

(1) t. a. p. p. 4C2.

Sluiten