Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt daaraan toegevoegd het sofisme, dat wij zooeven bestreden, nopens het cumulatieverbod. De kroon op het werk is gezet, doordien Ihering laag neerziet op een proces, waarin de feiten een hoofdrol spelen.

Om dit te vatten, behoeft men slechts zich te herinneren, dat het romeinsche proces twee phasen kent. Eene, de oudste, is die, welke in (hetgeen ik hier om niet wijdloopig te worden, maar noemen zal) de dagvaarding, de rechtsbetrekking aanwijst — actio in jus concepta. De tweede, aan des Praetors bemoeiing verschuldigd, is die waarin enkel de feiten worden blootgelegd, actio in factum concepta.

Hoe oordeelt Ihering nu over deze tweede phase? Ziehier zijne woorden: „ De actio in jus concepta is een „dier formalistische kunstproducten, welke den fijn ontwikkelden vormenzin der oude rechtswetenschap ken„ merken; tegenover haar maakt de actio in factum den „indruk van ruwheid, van vormloosheid. Niet enkel „deswege, omdat eerstgemelde in één zinsnede datgene „bereikt, waartoe laatstgemelde meerdere behoeft, maar „bovenal deswege, omdat gene de veroordeeling, doordien „zij haar aan de vooronderstelling van het bestaan veens recht vastknoopt, innerlijk motiveert, terwijl deze „de veroordeeling zuiver uitwendig aan het bestaan van „zekere feiten vasthecht. Uit enkel feiten echter volgt „nooit de noodwendigheid der veroordeeling, — het „tusschenlid. het recht, ontbreekt. Bij gindsche forniu-

Sluiten