Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beducht geworden, vraagt nu een accept op (nieuwe) drie maanden. Hij wordt afgewezen, als hebbende den eisch veranderd. (1) Alzoo betaling krijgt de verkooper niet, en een nieuw accept ook niet. Hier sluit het grondbeginsel : één proces ééne vordering (aan zijde des eischers), met zyne toepassing (aan zijde der gedaagden) een allerliefsten bond om — het recht te fnuiken.

Men ontlede deze zaak om te zien, hoe procesrecht van het leven is vervreemd en in louter abstracties zich bekommert. Op het raadhuis te Berlijn kan men een schilderij van Kaulbach : „Die Hunnenschlacht bewonderen, waarop de woede van het gevecht de strijders zoozeer beving, dat zij schimmen geworden, den kamp voortzetten. Zulke schimmen bewegen zich in onze audiëntiezalen. Neem het voorbeeld van zooeven en beschouw de algemeene daaraan ten grondslag liggende leer.

De gelukkige bezitter van een accept op drie maanden, mag, als de tijd om is, niet tot betaling dagvaarden. Waarom niet ? Het accept was een middel tot betaling. Het materieele recht, dat het geeft, is uitstel. Dat recht is verleend en heeft uitgewerkt. Blijft over het materieele recht van den verkooper op vergoeding van zijn waar. Waarom mag hij daarvoor niet opkomen ? Indien ik alstand heb gedaan van den trein naar Haarlem, waarom mag ik er niet heen loopen ? Iemand, gekonfijt in ons

(1) Zie C. A. J. Hartzfeld Moderne Rechtspraak (den Haag 1904) blz. 15, waar de uitspraak op de kaak wordt gesteld.

Sluiten