Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ledend, laat zich uit: „Eene zoodanige ideale opvatting „des Rechts ligt voorzeker op grooten afstand van het „algemeene en populaire bewustzijn. Daaraan schijnt het „Recht iets, dat de juristen uitgevonden of gemaakt hebben, „en heden ten dage nog maken kunnen, als belichaamd „in de gestalte van een proces, dat met de hulp van „advocaten voor den rechter zich afspeelt, van een schriftenlijken of mondelingen strijd, waarin het aankomt op het „uitvorschen of verdonkeremanen van zekere feiten, op de „toepasselijkheid of uitlegging van deze of gene zinsnede „eens artikels of eener oorkonde, waarbij de sluwere en „meer deskundige party schijnt te zegevieren, waar van „zedelijke doeleinden, van eene verwerkelijking der idee „van het goede nauwelijks een schemering aan den dag „komt, waar gindsch rechtsgevoel, dat de wortel van alle „Recht behoort te zijn, om zijn meening in het geheel „niet gevraagd en ook, bijaldien het gevraagd werd, „niets bruikbaars wist te zeggen. (1)

Valt het te ontkennen, dat de, hier bestreden, bodemlooze oppervlakkigheid van Ihering deze „verte mercuriale" verdient ?

Yragen wij verder, in welk licht, bij de voorstelling van een proces, op „berekening" gegrond, de codificatie verschijnt. Dat zij zwaarwichtige nadeelen aanbiedt, heeft

(1) G. Rümelin. Ueber das Rechtsgefühl, in Reden und Aufsiitze (Tiibingen 1875) I blz. 80.

Sluiten