Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogsten eisch, zich heeft voorgesteld recht te doen. Mitsdien neemt de Staat het rechterlijk vonnis onder zijne hoede, tot uitvoering daarvan de middelen verschaffende, en de personen aanwijzende. Eigen richting is uitgesloten, en kan, in beschadiging of toeëigening ontaardend, strafbaar zijn. Eindelijk wordt, in ons procesrecht, door den regel: gewijsde heet waarheid, hulde gebracht aan den zeer rationeelen regel: dat alles, ook het geschil, eens een einde nemen moet (oportet lites finiri). Racine's markiezin, met haar: vivre sans plaider est-ce contentement ? zou, ook deswege, in onze maatschappij zich misplaatst gevoelen.

Eene tegenstelling alzoo, zoover het oog reikt. Aan die tegenstelling sluit zich aan een beginsel, dat de tegenwoordige rechtsstelling van den civielen rechter beheerscht.

Langen tijd, — en wel onder den invloed van de, door Montesquieu, in zwang gebrachte leer van de trias politica — meende men, dat de wetgevende macht de wet maakte, de rechterlijke macht haar toepaste, en de uitvoerende macht haar uitvoerde. Met die voorstelling nu heeft de nieuwe duitsche rechtswetenschap gebroken, — ik bepaal mij thans tot de rechterlijke macht, — en het is vooral Bülow, die, in zijn baanbrekend geschrift: „Gesetz- und Richterambt" (1) aangewezen heeft, dat de rechter het recht niet vindt, maar schept, dat is, de hem voorgelegde

(1) Leipzig 1885.

Sluiten