Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

De oostenryksehe proeesregeling.

Vierhaus verklaart van „Klein, den genialen ontwerper der oostenrijksche proeesregeling, dat deze haar, „met eene schitterende rede, in het oostenrijksche huis „van afgevaardigden, heeft ingeleid." (1) Met dit oordeel, vereenig ik mij volkomen. De bedoelde rede heeft de groote verdienste, in kernachtige taal, zoo wel af te malen den donkeren achtergrond, van hetgeen vervangen wordt, als aan te wijzen den lichten omtrek van hetgeen vervangt. Deswege, en ook omdat het zitting-verbaal van het oostenrijksche Parlement, (2) niet gemakkelijk valt onder ieders bereik, volgt zij, hier, in haar geheel. Nadat verschillende afgevaardigden het woord hadden gevoerd, zeide Kl kin, toen regeeringsgedelegeerde :

„M. H.

„In de redevoeringen, in den loop der gedachtenwisseling tot nu toe gehouden, werd mede een aantal bedenkingen tegen de wet zelve en tegen den inhoud daarvan kenbaar gemaakt. Bij de uitgebreidheid der volmacht, die door de Commissie (3), hier verlangd wordt, vat men lichtelijk, dat

(1) t. a. p. blz. 74.

(2) Zitting van 14 November 1894. Stenografisch Protocol, blz. 15598.

(3) Bedoeld zal zijn : van rapporteurs.

Sluiten