Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schier bij ieder debat van justitieelen aard zich lieten vernemen, in de jongste, twee, drie jaren, alvorens deze ontwerpen werden ingediend.

Partieele hervorming was het, die toen van de hand werd gewezen. Een woord, gebezigd door den minister van onderwijs, bij gelijksoortige gelegenheid, werd toen bewaarheid. Hij zette uiteen, dat de wensch naar eene proceshervorming algemeen is, maar dat, zoodra een bepaald ontwerp aanhangig wordt gemaakt, de woordvoerders van alle partijen verklaren : „Zóó willen wij de hervorming „niet, wij hebben haar ons anders voorgesteld." Dit schijnt voorwaar het noodlot van alle hervormingsontwerpen te zijn, en indien thans in het debat te voorschijn is getreden, dat ieder der heeren over deze hervorming anders denkt, dan wordt slechts deze traditie gevolgd.

Den weg der partieele hervorming te betreden, was van meet af uitgesloten, als geheel, moest de hervorming ter tafel worden gebracht, en daarvoor spreekt ook een innerlijke grond, waaraan, tot dusver, niet voldoende aandacht is geschonken.

Het werkt namelijk — gelijk wij bij de behandeling der „bagatel-zaken" zagen — geenszins gunstig, wanneer scheppingen van verschillende tydvakken, waarin de beschouwingen van verschillende geslachten belichaamd zijn, geroepen werden tot gemeenschappelijke geldigheid naast elkaar. Ons „bagatel-proces" werd indertijd ingevoerd, door den onvergetelijken minister Glaser, omdat hij meende,

Sluiten