Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelligen vorm vervatte, bepaling, zeg die van Art. 144 W. v. K.: wie accepteert, betaalt. Het verschil is, dat in ieder dezer beide gevallen 's rechters oordeel (letwel: zijn oordeel, niet zijne vrijmoedigheid) op andere wyze te werk gaat.

Er ligt mij aan gelegen, het publiek meer vertrouwd te maken met de ware beteekenis van het arbitrium judicis, om twee redenen.

Vooreerst, omdat 's rechters vrije beslissing, op tal van (hier niet nader aanwijsbare) punten, een bestanddeel vormt van eene deugdelijke procesregeling, gelijk zij het dan ook is van de oostenrijksche. Vóór alles: vertrouwen in den rechter. Waar dit ontbreekt, is de rechtspraak zelve ondermijnd. Maar dan ook: vertrouwen in het rechterlijk oordeel, hetzij dit, door de wet, een richtingstootje krijgt, dan wel geheel aan zich zelf is overgelaten.

Ten andere echter, omdat de afkeer van het arbitrium judicis op ouden stamboom bogen kan. Een niet geringere dan de kanselier Baco van Yerulam, stelde den regel : Optimam esse legem, quae minimum relinquit arbitrio judicis: die wet is de beste welke aan 's rechters beschikking het minste overlaat. (1). Daarbij echter vergete men niet, dat geschriften naar hun dagteeking beoordeeld moeten worden, en dat in Baco's tijd omkoopbaarheid van rechters (én kansseliers!) geenszins tot de uitzonderingen behoorde.

(1) De certitiidine legum, per apliorismos. Tit 1. Aphor 8.

Sluiten