Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(lilt, in een zaak met stuitende bijzonderheden, de rechtzaal van dames wemelde, hetgeen den President aanleiding gat' te zeggen: je prévieus que 1'affaire présente des cötés seabreux et prie les femmes honnêtes de sortir. Natuurlijk verliet niet een sterveling de zaal, waarop de waardige magistraat, na een oogenblik, schijnbaar onverschillig, stukken geteekend te hebben, vervolgde: maintenant que les femmes honnêtes se sont éloignées, huissier, faites sortir les aurtes. Zóó hokvast is het publiek, bij strafzittingen — niet in Frankrijk alleen.

Terwijl de strafzitting druk bezocht is, blijft de civiele audiëntiezaal verlaten, ook en inzonderheid door de partijen zelve, wier zaak behandeld wordt. Dit verschijnsel is oorzaak en gevolg, al naar men het nemen wil. Het is oorzaak van eene vervreemding des volks van zijn Recht, en gevolg van de wet, die deze vervreemding in de hand werkt.

Beginnen wij met het laatste. Thans reeds kent onze wet drie wegen, langs welke de rechter, onmiddellijk, met partijen in aanraking komen kan: het vraagrecht (art. 144 Rv.), de mediatie (art. 19 Rv.), het interrogatoir (art. 237 Rv.).

De beide eersten zijn in onbruik. De nederlandsche rechter vraagt niet, misschien wel, omdat hij óf zelf het weet (curia jus novit), óf verwacht, door de pleiters te worden ingelicht. Weten dezen het ook niet, dan is er appel: a judice male informato ad judieem melius informandum :

Sluiten