Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht zal een tiental zoodanige (natuurlijk nader uit te werken) beginselen in het oog te houden hebben. Hunne opsomming volgt:

I. De dagvaarding ga uit van den rechter. Dit is het keerpunt op den weg onzer valsche, en het steunpunt der, met de waarheid rekening houdende; procesregeling. De rechter doet partijen voor zich komen, hoort de zaak en — handelt naar omstandigheden, schikt, raadt, vermaant, naar gelang hij gepast oordeelt. De kunstterm daarvoor is: Officialmaxime, doch de weldaad, door deze inrichting bewezen, is niet onder woorden te brengen. Men denke zich een magistraat, die voornaam zijn kan, zonder aanmatiging en scherpzinnig zonder haarkloverij. Voor hem, verschijnen onverzeld en in persoon, partijen, die hare zaak blootleggen. Een wenk, een opmerking, een blik kan voldoende zijn om heel het geschil te voorkomen, of te doen bijleggen. Hoe vaak zal het masker der onoprechtheid gelicht, of met één ruk, het weefsel der sluwheid verscheurd worden! Indien Klein niet anders had gedaan dan § 239 vlg. van zijn wetboek te ontwerpen, daarom had hij aanspraak op de erkentelijkheid zijns volks.

II. De „rol" verdwijne. Ons proces is schriftelijk; het moet mondeling worden. Niet in dien zin, dat schrift verbannen, maar in dezen, dat de persoonlijke aanraking van den rechter met partijen bevorderd worde. Onze dingtalen, te beperken tot twee, op strikt in acht te nemen

Sluiten