Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III. Aaneenschakeling van beleedigingen.

ij "hoor Sollin was voortdurend bij ons. Weldra greep i) J C1" GCn toonec* P'aats> ^at mÜ ten duidelijkste bewees, in welken smartelijken toestand deze oprechte vriend verkeerde en hoe hij bijna evenveel leed als wij. Toen men het onderzoek van mijne bagage in mijn rijtuig geëindigd had, en al mijne papieren in beslag genomen waren, randde men ook mijn persoon aan. Men dwong mij mijne zakken om te keeren; al de voorwerpen, welke ik bij mij had, moest ik op tafel leggen, zelfs de nota's van de verteringen in de herbergen, waar wij op onze reis hadden stil gehouden, werden ingezien. Niet dan met wrevel onderwierp ik mij aan al die onderzoekingen, ik beklaagde mij openlijk. „Ik doe slechts mijn plicht," zeide mij Sellin met onderdrukte stem. En ik bemerkte, dat het den kolonel zwaar viel in deze zijn ambt te vervullen.

Daarop verzocht hij mij zoo beleefd mogelijk uit onze koffers te nemen, al wat wij aan linnengoed en kleederen noodig zouden hebben tot Mittau toe, dewijl hij verplicht was alles te regelen. Wij gehoorzaamden. Ik bewaarde in een klein kistje eene menigte zaken, waarvan ik mij dagelijks te bedienen had, zooals tabak, scheermessen, geneesmiddelen etc. Ik verzocht hem dit te mijner beschikking te laten; Sellin stemde er goedwillig in toe, doch wenschte den inhoud te bezichtigen. Ik opende het kistje en liet hem stuk voor stuk alles zien. Het koffertje was tamelijk diep. Ik zelf had het ding nooit nauwkeurig bekeken, doch

2

Sluiten