Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende, verzocht zij dezen gedurende de reis bijzonder zorg te dragen voor haar ziekelijken echtgenoot, dewijl niemand, zelfs niet een bediende, hem mocht vergezellen.

De raadsheer, wreedaardig glimlachende, zooa'.s hij ook deed, toen ik hem om zijn vriendschap bad, beloofde alles te zullen

doen ongetwijfeld kon hij niet voleindigen. Mijne vrouw

bleef herhalen, dat ik van zwakke gezondheid was en behoefte had aan oplettendheden.

■ Na deze eerste oogenblikken, toen wij beiden een weinig kalmer geworden waren, begonnen wij over zaken te spreken. Ik noemde haar verscheidene personen te St. Petersburg, die haar nieuwstijdingen omtrent mijn persoon konden verschaffen. Ik beval haar vooral aan de omstandigheden mijner aanhouding mede te deelen aan mijne arme moeder, doch dit met de noodige bescheidenheid te doen. „Gij weet, beste Christel, dat ik mijn kinderplicht niet vervullen kan." De secretaris Weitbrech trad op mij toe en bood zich aan mijne begeerte te voldoen, indien het mijner echtgenoote te zwaar zou vallen. Dewijl het mogelijk was, dat men de brieven mijner vrouw onderscheppen zou, nam ik zijn vriendelijk voorstel aan, hem uit ganscher harte voor zijne welwillendheid dankend. Die man heeft evenwel niets geschreven !

Vervolgens was er spraak van toebereidselen tot de reis. „Hebt gij geld in munt of in papier" vroeg mij Mijnheer Weitbrech. Ik antwoordde, hem, dat ik nog ruim honderd gouden frederiken, ruim vijftig dukaten en ongeveer twee honderd kronen in geldstukken van twee gros bezat, welke ik te Leipzig tegen groot geld gewisseld had, omdat deze gangbare munt in Koerland waren. Hij raadde mij aan mijn geld tegen Russische banknoten te wisselen en deze mede te nemen. Ik achtte die voorzorg nutteloos. Waartoe zou ik zooveel geld noodig hebben tusschen Mittau en St. Petersburg. Bovendien moest ik Friedenthal passeeren, waar ik, indien het noodig mocht zijn, geld kon opnemen. Verder had ik te St. Petersburg vrienden, op wie ik mij kon verlaten. Mijne echtgenoote integendeel, had er te Mittau behoefte aan, en mijne bedoeling was dus haar alles te overhandigen. Ondanks mijne tegenbedenkingen, drong Weitbrech er andermaal op aan den raad te volgen, dien hij

Sluiten