is toegevoegd aan uw favorieten.

De banneling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levendige smart te gevoelen. Wat zal ik, o God, zeggen, om de gewaarwordingen uit te drukken, die Christel en ik toen ondervonden? Zal ik van onze tranen spreken? Zij vloeiden bij stroomen. Zal ik van onze harten spreken? Wij ademden bijna niet meer. Zal ik onzen angst schilderen? Hij kon niet grooter zijn. Zal ik ons laatste vaarwel in herinnering brengen ? Wij waren stom van smart, zuchtten en schreiden. En mijne Emmi, mijne dierbare kinderen vulden de lucht met jammerkreten. Alle aanwezigen stonden verslagen. „O Paul, riep ik toen uit, waart gij toch getuige van deze scheiding ! Nooit zoudt gij den moed hebben ze te bevelen." Doch Paul, Paul hoorde mij niet, zag onze diepe smart niet. Evenwel moest ik besluiten mijne troostelooze echtgenoote te verlaten, mijne kinderen hingen aan de panden van mijn kleed. Een bediende ondersteunde mij, droeg me bijna in mijn rijtuig, waar ik op eene bank nederviel. Het portier werd gesloten, de koetsier klapte met zijne zweep, de paarden vertrokken. Mijn ongeluk was groot!

O, wat zijn zij gelukkig, die bij zulke tegenspoeden een levendig geloof bezitten en in den godsdienst troost en bemoediging gaan zoeken. Daar toch zijn die alleen te zoeken! Wat vermogen in het gezicht van zulke vreeselijke smart de koude stellingen der wijsgeeren, hunne belachelijke vermaningen tot moed, zelfvertrouwen en deugd ? Zij mogen vrijelijk zeggen, dat de mensch nooit grooter is dan wanneer hij kloekmoedig den tegenspoed het hoofd weet te bieden, dat deze zijn hart loutert gelijk het goud in den smeltkroes gezuiverd wordt, wat vermag dat alles op een ongelukkige, door de droefheid ter neer geslagen, op het slachtoffer van smadelijke aantijgingen, op den mensch, ter prooi aan de vreeselijkste wanhoop? Niets ! Alleen de gedachte aan God, oneindig goed en rechtvaardig, het gezicht van een kruisbeeld is in staat zulk een onweder te bezweren en kalmte te brengen in een door droefheid overstelpt gemoed. Doch helaas, de meeste menschen miskennen die bron van sterkte en vertroosting, omdat hun geloof niet levendig is; daarom ook is hunne foltering in zulke oogenblikken zoo verschrikkelijk.

Ik was dus aangehouden, in spijt van al mijne vertoogen en na van den keizer het paspoort te hebben bekomen^ dat mij