Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk was ; ik werd als een gevangene weggeleid, zonder te weten, welke mijne misdaad was. Kan men zich iets vreeselijkers verbeelden? Een oogenblik geraakte ik buiten kennis. Toen ik weder tot mij zeiven gekomen was, stond ik een weinig verwonderd, dat ik mij reeds op weg bevond. Evenwel gevoelde ik mij eenigszins verlicht, overwegende, dat het droevig tooneel der scheiding voorbij was. Hij, die eenige

kennis van het menschelijk hart heeft, zal dat gevoel natuurlijk vinden. Hoe verder mijn rijtuig zich van Mittau verwijderde, hoe meer moed ik kreeg. Eindelijk kon ik de zaken rondom mij gadeslaan, en op mijn gemak den raadsheer en den koerier, die mij vergezelden, opnemen. Ik maakte van af dat oogenblik en later ook de volgende opmerkingen over die twee personen; ik kan niet nalaten hun portret hier te schetsen. Beginnen wij met Mijnheer den raadsheer:

Het was een man van veertig jaren; hij had het uiterlijk van een launus (veldgod of bosclimensch). Telkens als hij een vriendelijk gelaat wilde toonen, krulden zich zijne neusvleu¬

gels bovenmate en zijn blik had de uitdrukking van een waanzinnige. Zijn koud en ruw voorkomen liet duidelijk zien, dat hij militair was geweest. Immer liet hij blijken, dat hij een man zonder opvoedig was. Zijne manieren bewezen, dat hij altijd in lage kringen verkeerd had. Bijvoorbeeld, hij maakte nooit gebruik van een zakdoek, hij zette steeds den mond aan de fiesch en scheen er een beroep van te maken zich zoo onzindelijk en lomp mogelijk aan te stellen. Hij vormde zich geen denkbeeld van de oorzaak van den bliksem en den donder, van de beweging der aarde en andere zaken, die ieder ontwikkeld mensch weet. De letterkunde was hem even onbekend. Hij had nooit gehoord van Homerus, noch van Cicero of Shakespeare en had ook geene begeerte die lui te kennen.

Toch had hij bij al dat gemis een groot gedacht van zich zeiven, hij zat vol eigenwaan, nooit luisterde hij naar raad en duldde hij eene tegenspraak. Verder trachtte hij milddadig te schijnen door op eene zonderlinge wijze eenige penningen of kopeken uit te deelen : hij wierp zijn aalmoes. Het ging hem niet aan, of de arme blind of kreupel was, of deze zijne gift kon vinden of niet. leder zedelijk gevoel was hem vreemd.

Sluiten