Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

Afgrijselijke Bedriegerij. — Op reis naar Siberië.

gggyiogon den avond kwamen wij aan de oevers van de Duna, '«3 waaraan die bekoorlijke gastvrije stad Riga gelegen is, slechts zeven wersten van Mittau verwijderd. De schip¬

brug kon ter oorzake van den hoogen waterstand niet gebruikt worden. Het duurde verscheidene uren, alvorens wij ons konden inschepen en het sloeg reeds middernacht, toen wij ons vóór de poorten der stad bevonden. De koerier steeg af en vertoefde geruimen tijd bij de wacht, zonder dat ik de oorzaak daarvan raden kon. Zoodra liij terugkwam, reden wij, in plaats van de stad binnen te treden, verscheidene enge straten door en wij begaven ons naar het posthuis, waar wij van paarden verwisselden. Ons paspoort hield in, dat wij op kosten van den keizer drie versche paarden konden vorderen. Bijna altijd, voegde men er een aan toe, hetwelk niet betaald werd. De postmeester verzette zich thans tegen dit gebruik en ik was verplicht dat vierde te betalen.

Het kan 's morgens twee uur geweest zijn, toen wij Riga verlieten. Ik gevoelde slaap. Kan het ook anders ? Vermoeid door zooveel verdriet en slapeloosheid, sloot ik de ramen en gordijnen, plaatste mij in een hoekje van het rijtuig, en sliep weldra in. Ik werd eerst wakker bij de eerste halte. Dewijl het nog vroeg in den morgen was, sliep ik andermaal in.

Doch hoe zal ik mijne verwondering, mijne ontsteltenis uitdrukken, toen ik bij het wakker worden bemerkte, dat wij

Sluiten