Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI. Het Kasteel Stockmannshof.

Rnfot was zeker, dat, als ik nog eenige uren langer in het | |®||j boscli vertoefd had, ik in een soort van verbijstering EJïiiyi zou geraakt zijn. Mijn hoofd was brandend heet, mijne ooren waren verdoofd, mijne oogen verblind door akelige gezichten, mijn lichaam beefde, ik was ziek en ontsteld naar lichaam en geest. Doch weder gaf mij de gedachte aan vrouw en kinderen nieuwen moed. Werd mijne ziel verkwikt, zoo niet mijn lichaam, ik gevoelde honger en had niets om mij te verzadigen.

Het was Zaterdagavond, 's Woensdags had ik na het middagmaal aan het laatste station vóór Mittau een tas koffie met een stuk brood gebruikt. Donderdag 's morgens had ik te Mittau een sober ontbijt genuttigd. Vrijdagavond werd mij een weinig soep opgediend, klaargemaakt door Schulkins en sedert dien waren eenige druppels water mijn eenige spijs en drank. Ik gevoelde dus groote behoefte aan een weinig voedsel, wilde ik niet op den grooten weg bezwijken.

Waartoe dient somtijds het geld? Wat zijn de rijkdommen vaak een ellendig iets. Ik had ruim zevenhonderd roebels op zak en toch kon ik mij geen stukje brood verschaffen, geen leger om er mijne vermoeide ledematen op uit te strekken.

Och, indien de menschen verstandiger waren, zouden zij zich niet zooveel moeiten en opofferingen getroosten om een ellendig metaal in bezit te krijgen. Zij zouden begrijpen, dat de eenige ware rijkdom alleen iets kan bijdragen tot ons geluk hier beneden en dat men die ware rijkdommen in zich zeiven

Sluiten