Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV.

De Hoop op betere dagen. Baatzuchtigheid mijner Geleiders.

et schitterend vooruitzicht, dat mij de raadsheer aanbood, kwam mij ten laatste een weinig verstrooien en uit mijne slaperigheid wekken. Hij hield niet op

mij te doen begrijpen, dat Tobolsk een der schoonste steden der aarde was, dat het gezelschap er aangenaam was en men er over het algemeen beminnelijk en vroolijk is. De koerier mengde zich ook in ons gesprek, om mij eenige beschrijving van Tobolsk te geven. Hij prees de goedkoopheid der levensmiddelen. „Welk een visch, welk een visch," riep hij uit! de beste steuren voor 10 kopeken, *) deze kosten evenzooveel roebels op de markten te St. Petersburg. En dan zeterino, voegde hij er met verrukking bij, die heerlijke zeterino! Vleesch, brood, brandewijn, men vindt er alles in overvloed!" De dwaze man had niet opgehouden de loftrompet te steken over de Siberische keuken, indien de raadsheer hem niet geboden had te zwijgen. Dit heerschap meende mij betere vertroostingen te kunnen geven. Hij verzekerde mij, dat ik vanaf den dag mijner aankomst te Tobolsk vrij, vrij zijn zoude, dat ik gaan kon waarheen ik wenschte, dat het slechts van mij zou afhangen, of ik vermaak zou scheppen in de jacht, in het gouvernement te doorreizen en de personen te bezoeken, die mij zouden bevallen. Hij zeide mij en herhaalde het honderden malen, dat ik

*) Ter waarde van 12,5 cent Nederlandsch.

Sluiten