Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boogschutter te spelen en veroordeelden naar de plaats hunner bestemming te voeren. Ik vernam ook dat hij officier geweest was van het regiment, in dienst van den senaat. Hij had zijne waardigheden aan geen enkele verdienstelijke omstandigheid te danken. Een persoon van invloed had hem de eerste betrekking en die van raadsheer verworven. Zijne eenige zending was mij naar mijn ballingsoord te vergezellen. Waarom had men het noodzakelijk geoordeeld mij een burgerlijk officier toe te voegen ? Was het om allen schijn van militair vertoon te vermijden, hetwelk mij vrees had kunnen aanjagen ?

Ik wist het niet. Doch de raadsheer liet niet na te dezer gelegenheid zich op zijn nieuwen titel te beroemen en liet zelfs doorschemeren, dat men mij wel een groote eer aandeed door mij aan zijne zorg toe te vertrouwen. Hij hield niet op te herhalen, dat ik door den keizer met onderscheiding was behandeld en dat men mij overal onderweg als een gewichtig persoon zou aanzien. Inderdaad, ik had op mijn doortocht menigmaal bemerkt, dat men zich verwonderde over de tegenwoordigheid van een raadsheer en dat ik in een goed rijtuig mijne reis maakte. Men was er aan gewoon, personen van mijn rang en zelfs generaals op den weg der ballingschap in een boerenkar te zien zitten, onder het geleide van een enkelen soldaat van het corps der Russische jagers. Doch deze onderscheiding maakte mij niet gelukkiger. „De eer, begeleid te worden door een raadsheer", belette mij niet met smart te denken, dat ik mij hóe langer hoe verder van mijn vaderland verwijderde. Ik had veel liever gezien, dat de keizer mij met minder onderscheiding had behandeld en mij bij mijne familie gelaten had. Al is men een slachtoffer met bloemen getooid, men is er niet minder een slachtoffer om.

Gedurende onzen tocht van Polosk tot Smolensk begon mijne oude kwaal mij te folteren ; daarbij voegden zich nog andere onpasselijkheden, welke mij onbekend waren: eene rilling over al mijne ledematen, eene pijnigende hitte, welke ik vooral aan mijn hoofd en mijne borst gewaar werd, eene ondragelijke hoofdpijn, brand in mijne oogen en tinteling in mijne ooren ; mijn pols sloeg beurtelings langzaam en snel en dus zeer onregelmatig; appetijt en slaap ontbraken geheel en al; som-

Sluiten