Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij hebben gewandeld op onbegaanbare wegen en de wegen des Heeren hebben wij miskend.

„Waartoe heeft ons onze hoovaardij gediend ? waartoe hebben ons gediend de rijkdommen, waarop wij zoo trotscli gingen?

„Dat alles is als eene schaduw voorbijgegaan, als een bode, die loopt en niet stilhoudt; als een vogel, welke de lucht doorklieft en geen spoor van zijn doortocht achterlaat ; als een pijl, die door de ruimte snort zonder eenig teeken te laten bespeuren.

„Ook wij hebben geen enkel spoor van deugden en goede werken nagelaten; ternauwernood geboren, hebben wij opgehouden te leven en de dood heeft ons verrast in onze ongerechtigheid.

„Ziedaar wat de goddeloozen en zondaars in de hel zullen zeggen. Hunne hoop, indien zij er eene hebben, zal verdwijnen evengelijk de vlokken wol, door den wind medegevoerd, gelijk het schuim door den storm opgenomen, gelijk de rook, die in een oogenblik verzwonden wordt.

„De rechtvaardigen integendeel zullen eeuwig leven. God zal hunne belooning zijn ; zij zullen uit zijne hand een koninkrijk van glorie en een onvergankelijke diadeem ontvangen. Hij zelf zal zich als een onverwinnelijk krijgsman wapenen, om zich over hunne vijanden te wreken".

Ik dacht ernstig na over de gewichtige waarheden in de gew ijde bladen bevat, en was volkomen overgegeven aan hetgeen de Heer over mij beschikken zou. Gerust en te\ieden met mijn lot, dat in Gods handen was, gevoelde ik ook een gunstigen ommekeer in mijn gezondheidstoestand.

Moest ik dezen ommekeer ook ten deele toeschrijven aan den heilzamen invloed der lentezon? Zeker is het, dat ik, toen wij nauwelijks Moscou verlaten hadden, mij weldra veel beter bevond ; ik herkreeg van lieverlede mijne krachten, en voelde ook mijn moed herleven.

Toch was en bleef mijn toestand alles behalve rooskleurig en sombere gedachten vervulden menigmaal mijn geest. Van wien ook kon ik raad, troost, en belangstelling in mijn lot ontvangen ? Toch niet van een koerier, wiens liederlijke gezangen mij menigmaal zelfs in mijn slaap stoorden. Ook niet van een postillon, wiens eentonige refreinen mijne ooren

Sluiten