Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII. Een Boschbrand.

ndien hot mij geoorloofd was over dergelijke gebeurtenissen te schertsen, dan zou ik met Prins Tamino in '„De betooverde Fluit" kunnen zeggen: Ik ben door

het water en het vuur gegaan, om volkomen ingewijd te worden in de geheimen van Siberië; want na het tooneel op den stroom, kwam ik den volgenden nacht aan een bosch, dat geheel in brand stond en den reizigers slechts een smallen doortocht liet. Wij waren genoodzaakt dwars door het brandende woud te gaan.

In het eerst bood mij het bosch op eenigen afstand een waarlijk indrukwekkend schouwspel. Niets schijnt verrukkelijker dan de top der pijnboomen, die door hunne ontzaggelijke hoogte het hemelgewelf schijnen te willen verlichten. De val dezer prachtige boomen deed duizenden vonken glinsterend door het luchtruim zweven. O ware ik op dit oogenblik schilder, ik zou zulk een heerlijk schouwspel niet hebben gadegeslagen zonder het in sprekende kleuren op het doek te hebben gebracht. Nu was ik een eenvoudig toeschouwer, weldra zou ik niets meer zijn dan een arme reiziger, voor wien dit majestueus gezicht niets bekoorlijks meer hebben zou, dewijl ik genoodzaakt was deze aardsche hel te doorreizen. De grootste boomen, die langs den weg stonden, waren dicht in elkaar gegroeid en vormden over den weg een dicht looverdak. Wij moesten onder deze vlammende laan voortgaan. Deze pijnboomen konden op het oogenblik van onzen doortocht ineenstorten en toch gingen wij met stoutmoedigheid verder, doch eensklaps stonden de paarden

Sluiten