Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem : Wien zoekt gij ? U, was het antwoord. Bij deze woorden liep ik naar het venster en ik zag den koerier, vergezeld van een postbeambte. Dit gezicht bracht eene aandoening in mij teweeg, welke ik niet beschrijven kon. Ik beefde over al mijne leden en was als dronken van vreugde; ik zag en hoorde niets meer. Iedereen haastte zich den nieuw aangekomene te begroeten : ook ik wilde mij bij het tooneel voegen, doch had er de kracht niet toe; eene straal van hoop glinsterde: „Een koerier van den Senaat, die ons zoekt, zeide ik tot mij zeiven; een postbeambte wijst hem onze woning! Wat wil hij, wat nieuws brengt hij ons ? ... In ieder geval kan zijne zending mij alleen betreffen... Wat zal ik dus vernemen ?"

Helaas, de koerier had niets mee te deelen, wat mij betrof. Hij vergezelde twee senatoren, die op reis waren, om het gouvernement van Siberiö te bezoeken. Van ons verblijf te Kazan gehoord hebbende, kreeg hij lust zijn kameraad Schulkins te gaan groeten. Deze tweede teleurstelling was voor mij bitterder dan de eerste. Ditmaal scheen mijne hoop op bevrijding meer gegrond, en daarom was mijn voorgevoel te levendiger. Men oordeele over mijne smart, toen ik mij bedrogen vond. Verscheidene uren verliepen, vooraleer ik van mijne ontsteltenis bekomen was. Ik kon mijne tranen niet weerhouden. In mijn nieuwen angst verzocht ik mijne geleiders den weg te bespoedigen. Tot nu toe had de hoop van door een buitengewoon koerier teruggeroepen te worden, mij steeds middelen doen opsporen om de reis te vertragen; doch toen ik mij in al mijne verwachtingen teleurgesteld zag, verkoos ik zoo spoedig mogelijk op de plaats mijner bestemming aan te komen. Twee beweegredenen zetten dit verlangen kracht bij; de eerste van eindelijk verzekerd te zijn van de plaats mijner ballingschap ; de tweede van te kunnen schrijven aan den keizer en mijne echtgenoote.

Wij verlieten Kazan den 29sten Mei; ondanks de warmte, die er sedert eenigen tijd heerschte, vonden wij veel sneeuw in de bosschen. De afstand van Perm naar Kazan is ongeveer zes duizend wersten, en de weg loopt altijd langs afgrijselijke wouden; ternauwernood vindt men er op vrij grooten afstand een ellendig dorp. Ofschoon deze baan breed en recht is, is zij zeer onaangenaam, dewijl zij zeer moerassig is.

8

Sluiten