Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen bedriegen: het is een ongeluk, dat allen letterkundigen overkomt; een ondoordacht woord, een dubbelzinnige volzin, ontsnappen aan den augstvalligsten der geleerden, doch hij zweert voor God, alsook voor Uwe Majesteit, dat deze fout onvrijwillig is geweest, en niet met voorbedachten rade is geschied; nooit heeft hij willen afwijken van het pad, dat eerbied voor het wettig gezag, en deugd hem afbakenden. En eindelijk, indien hij aan iets te kort is gebleven, heeft hij dan nog niet genoeg geleden. De vaderlijke hand van zijn Sou verrei n kan hem uit den afgrond trekken, wraarin hij onschuldig is neergestort.

„Dat uwe Majesteit zich gewaardige een blik van medelijden te werpen op den ongelukkigen Kotzebue; dat zij zich zijn wreeden toestand voor oogen stelle. De smart delft wellicht op dit oogenblik het graf eener ongelukkige echtgenoote. Weldra zal de fortuin van Kotzebue geheel verdwijnen en zijn ondergang zal die zijner kinderen na zich sleepen! Zijn goede naam staat op het spel, en iedereen zal hem schuldig wanen aan eene misdaad: eindelijk hij is van een zwakke en kwijnende gezondheid en in dit afgrijselijk klimaat ontbreken hem de middelen om die te herstellen. Wanhoop, ellende, smarten van allerlei aard zullen weldra de bijna uitgedroogde levensbronnen uitputten. Een teedergeliefd echtgenoot, een vader van zes kinderen zal, indien de toestand langer blijft voortduren, eerlang den laatsten snik geven, verlaten van allen, van vrienden en bloedverwanten. Ja, dat zal het lot zijn van een ongelukkige. Neen, neen, Paul de rechtvaardige, Paul leeft nog! Hij zal aan dezen ongelukkige de eer, het leven en de rust wedergeven, door hem in de armen zijner familie terug te voeren."

Toen ik deze Memorie geëindigd had, trad de raadsheer van het hof mijne kamer binnen en zeide mij, dat hij den gouverneur een bezoek ging brengen. Ik verzocht hem te vernemen, wanneer ik den volgenden dag zijn Excellentie mijne opwachting kon maken en hem mededeelen, wat ik geschreven had. Hij beloofde mij zulks te doen. Gedurende zijne afwezigheid herlas ik herhaalde malen mijne Memorie en dewijl ik in deze ongekunsteld de waarheid gezegd had, brandde ik vanverlangen den raadsheer te zien terugkeeren van Mijnheer Von Kuschelef. Hij kwam inderdaad korten tijd daarna terug en kondigde mij aan, dat de

Sluiten