Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruikte ik het maal thuis. Het liefst bevond ik mij bij den Heer Von Kuschelef; nooit verliet ik hem zonder eenige troost te hebben ontvangen of eenige verlichting voor mijne smart; zijn gevoelig hart kende altijd een nieuwen weg tot het mijne; hij wist immer uit iedere omstandigheid eene straal van hoop voor mij te doen flikkeren.

Helaas! de goede man was zelf niet gelukkig. Menigmaal, wanneer wij alleen waren in het pavilloen van zijn lusthof, of wanneer wij, bij onze wandelingen, die ik somtijds in zijn gezelschap mocht maken, onze blikken lieten weiden over de vlakten of onze oogen sloegen op de onmetelijke bosschen, ontsnapte een zucht aan zijne borst en hij ontdekte mij zijne geheime gevoelens. „Ziet gij, zeide hij, die wouden, welke zich over eene ruimte van elf honderd wersten uitstrekken, tot aan de Noordelijke IJszee; niemand heeft ze nog ooit durven doorkruisen, zij worden bewoond door wilde dieren : zij liggen in mijn gouvernement en bevatten een grondgebied, grooter dan Duitschland, Turkije en Frankrijk samen, doch welke voordeelen, welke genoegens kan ik ervan trekken? Welk zijn mijne vermaken te midden der stad, die ik bewoon ? Er gaat geen dag voorbij, zonder dat ik door een wreed schouwspel bedroefd word. Men brengt voor mijn rechterstoel ongelukkigen, somtijds zelfs in troepen, en ik kan, noch mag ze helpen. Hunne kreten verscheuren mij het hart: welnu, ik ben verplicht een vonnis uit te spreken, dat hunne wanhoop nog vermeerdert.

Indien ik toegeef, indien ik niet ongevoelig ben, zooals de post, dien ik bekleed zulks vereischt, dan loop ik gevaar mijne betrekking te verliezen. Eene verschrikkelijke verantwoordelijkheid rust op mijne schouderen en ofschoon ik mij in geweten van mijne taak kwijt, wie geeft mij de verzekering, dat een geheim en lasterlijk rapport mijne eer en vrijheid niet komt bedreigen. Dit ongeluk is altijd mogelijk. Ik zal het niet eerder vernemen, vooraleer een onrechtvaardige beslissing mij treffen zal. Het is een droevig bestaan te leven in het midden van ongelukkigen, in een onherbergzaam oord en onder het zwaard van een willekeurig gezag.

Dan vergat ik mijne eigen ongelukken, om den eerlijken, deugdzamen en teergevoeligen gouverneur te troosten. Ik zeide

Sluiten