Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenaam te maken, was deze ontspanning ons evenwel aantrekkelijk en voordeelig. Wij hadden alleen twee slechte geweren, die wij altijd vier of vijf maal moesten overhalen, alvorens ze konden afgaan. Er was in de geheele stad geen enkele jachthond, zelfs geen poedel, die bekwaam was het wild uit het water te halen. Dewijl het jachtveld doorsneden was met talrijke kleine meren, en de eenden en sneppen het eenige wild wraren, hetwrelk wij in dit jaargetijde konden achtervolgen, waren wrij verplicht zeiven de aangeschoten vogels op te sporen. De Pool bleek in die omstandigheden veel kloeker dan ik; hij joeg het wild uit het riet op, en zocht het gevogelte, dat gedood of gekwetst was.

Wat het gemis van honden vergoedde, was de groote hoeveelheid wild, die zich vertoonde; wij konden telkens gemakkelijk eenige exemplaren onder schot krijgen. Ik heb in Europa nooit zooveel vluchten raven gezien als in deze streken, nooit zooveel verschillende soorten van eenden. Er waren zeer groote en zeer kleine eenden, met lange en korte, platte en ronde snavels, met kleine en groote pooten. De eene waren grijs, de andere bruin of bijna geheel zwart met gele bekken; somtijds heb ik ook, Perzische eenden ontmoet van rozeroode kleur met een zwarten snavel en een kuif op den kop. Wanneer zij opvlogen, lieten zij een angstkreet hooren, zelfs dan, als ze niet eens geraakt waren.

De sneppen komen in dit land ook zeer veelvuldig voor en men vindt er insgelijks van allerhande soort; vooral zijn er bruine en gele, welke zeer lange pooten hebben en een krans van vederen om den hals; zij zijn nagenoeg zoo groot als duiven; zij bouwen heur nest in het riet, vliegen op, als men haar nadert en laten een onaangenaam geluid hooren. Zij fladderen kringsgewijze voort. Men kan die vogels gemakkelijk vangen, doch hun vleesuh heeft niets smakelijks.

Twee of driemaal heb ik vogels ontmoet, zoo wit als de sneeuw ; zij hadden de grootte eener gans, lange pooten en een uitgestrekten hals; gewoonlijk zag men ze met vijven bij elkander, aan den oever van het meer hun voedsel zoekende; zij waren zoo wild, dat ze reeds op een afstand van twee honderd schreden opvlogen; ik ben nooit achter hun waren naam gekomen.

12

Sluiten