Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijderde zich, ik riep hem, doch hij hoorde mij niet meer.

Weldra kreeg ik nieuwe bezoeken. Alle personen van rang kwamen mij beurtelings hunne gelukwenschen aanbieden. In weinige oogenblikken was mijne woning met bezoekers vervuld.

Mijnheer Gravi oordeelde, dat die talrijke menigte hinderlijk op mijne gezondheid kon werken en gaf beleefd, doch dringend te verstaan, dat men zich verwijderen zou. Toen nagenoeg allen vertrokken waren, noodigde hij mij te zijnent op het middagmaal. Ik wees dit vriendelijk aanbod van de hand; dewijl ik wenschte alleen te zijn. Gravi, die mij volkomen begreep, duidde mij dit niet euvel en verzekerde mij, dat al mijne bevelen ten stipste zouden worden uitgevoerd en dat het mij vrij stond het oogenblik van vertrek te bepalen. Binnen twee uren, was mijn antwoord. Hij verwijderde zich lachend. Eindelijk was ik alleen, doch wie kan beschrijven, wat er toen in mijn binnenste omging. Een uur nadat Gravi vertrokken was, beefden mijne knieën nog; ik liep zonder ernstig nadenken hier en daar rond, duizenden gedachten bestormden mijn gemoed; allerlei beelden spiegelden zich voor mijn geest en verdwenen weer even spoedig. Ik zag daar reeds mijne vrouwen kinderen voor mij staan en ontving hunne liefkoozingen.

Eensklaps vroeg ik in mijn ongeduld paarden, doch de twee uren waren nog niet verloopen! Ik trachtte over mijn toestand na te denken, met mij zeiven te redeneeren, de nieuwsbladen te lezen, eene ontspanning, welke mij altijd zoo aangenaam wras; maar niets kon mij voldoen, niets kon mij belang inboezemen, niets verstrooien. Eindelijk zette ik mij, vermoeid door al te sterke aandoeningen aan mijn tafel neder en riep uit: Mijn God, mijn God!...

Het is maar al te waar, dat de mensch alleen in God rust en vrede kan genieten te midden van de grootste vreugden en de diepste smaren. Op Hem moet men vertrouwen, op Hem zich verlaten, en dan zal de ziel, rustende in den schoot van een even machtigen als goedertieren Vader, eene onverstoorbare kalmte gewaarworden.

Tot nu toe bezat ik die kalmte nog niet, tranen van droefheid vermengden zich met die, welke de vreugd mij deed storten. De dragonder had mij verhaald, dat er een koerier

Sluiten