Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk een gedrag, en hoezeer verdiende de goede man een beter lot, dan hem beschoren was.

De gedachte, dat mijn vertrek Sokoloff nog ongelukkiger zou maken, dan hij het was vóór mijne aankomst, kwam mijne laatste oogenblikken te Kurgan vergallen. Wat hadden Sokoloff en ik, door hechten vriendschapsband vereenigd, hier betrekkelijk gelukkige dagen doorgebracht. In welke verlatenheid zou mijn vertrek den goeden man gaan dompelen, welke zoete vertroostingen zou hij weder moeten ontberen. Nu zou hij weer alleen zijn, zonder vriend, zonder lotgenoot in zijne ballingschap. Ik wierp mij schreiend in zijne armen en het was mij bijna onmogelijk hem te verlaten. Sokoloff toonde meer moed dan ik; hij drukte mij de hand, zag mij stilzwijgend aan, sloeg vervolgens den blik ten hemel en vertrok. Sinds dat oogenblik zag ik hem niet meer terug. Op het uur van mijn bertrek, toen alle bewoners zich op het plein voor mijne woning verzameld hadden, was Simon Sokoloff niet onder de menigte.

Ik kan niet nalaten nog een w7oord te zeggen over de talrijke goede bewoners der stad. Terwijl ik ongeduldig werd, omdat mijne paarden zoolang uitbleven, werd ik als overladen door de teederste vriendschapsbewijzen. De eene bracht mij punch aan, een tweede levensmiddelen, een derde kleine komkommers (een der fijnste en uitgezochtste gerechten van de bewoners van Noord-Azië). Ik zou verscheidene wagens noodig gehad hebben, wilde ik alles medevoeren, wat men mij kwam aanbieden. Goede lieden, dat de Hemel u met zijne zegeningen overlade. Ofschoon ik hoop, nooit meer in deze streken terug te keeren, zal de herinnering aan uwe goedheden jegens mij nooit uitgewischt worden. Tot mijn jongsten snik zal ik mij uwer gedenken. Gewis, zooveel teerhartigheid verdient aan allen als voorbeeld gesteld te worden. Wanneer wij, menschen, anderen weldoen, hebben wij daarbij menigmaal eene baatzuchtige nevenbedoeling; wij hopen iets terug te ontvangens, minstens dank te erlangen en wederdienst, als de gelegenheid zich daartoe aanbiedt. Gij integendeel waart zoo belangeloos mogelijk. Wij zouden immers voor altoos gescheiden worden en niets hadt gij van mij te verwachten, ziedaar de

Sluiten