Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij verveling en spijt, en echter moest deze omstandigheid geheel tot mijn voordeel keeren. Bekrompen in onze opvattingen, gelijk wij zijn, zien wij de toekomst niet in en aldus gebeurt het zeer dikwijls, dat wij iets verlangen en dringend eischen, wat ons noodlottig worden kan. Waarom zijn wij niet zoo wijs alles in handen der Voorzienigheid te stellen, overtuigd, dat er niets gebeurt zonder haren wil en hare toelating en bijgevolg tot ons grooter welzijn.

Bovendien, veranderen onze drift en wrevel iets aan onzen toestand ? Neen, zij maken dien menigmaal ondragelijker en ongelukkiger. En wat nu mijn oponthoud betreft, ik had later eene dubbele reden om er mij zeiven mede geluk te wensqhen.

Vooreerst brak er een vreeselijk onweder los, hetwelk de grootste gevaren voor onze bark kon opleveren, doch de andere omstandigheid deed mij nog meer begrijpen, dat ik mij innig verheugen moest niet te zijn vertrokken. Ik had uit welwillendheid en met de zuivere bedoeling een dienst te bewijzen, beloofd, dat ik tot St. Petersburg, den zoon van den Duitschen kleermaker in hoedanigheid van bediende met mij zoude nemen. Men had mij verzwegen, dat deze jonkman dikwijls de vallende ziekte kreeg. Juist op dien dag zag ik hem in dien toestand en ik achtte mij dus van mijne belofte ontslagen. Een dergelijke reisgezel zou onze reis zeer lastig gemaakt hebben. Hoe dikwijls zou ik spijt hebben gehad over mijne goedheid, omdat ik toen vernam, dat er bijna geen dag voorbij ging zonder dat de jonkman een toeval kreeg. Ik zou een zieke te verzorgen hebben gehad en een reisgezel, die mij louter tot last zou strekken. Ik bleef dien dag nog bij de vrienden, die mij den vorigen avond bezocht hadden. Het was reeds laat, toen mijne papieren volkomen onderteekend waren, en toen de driehonderd roebel mij voorgeteld waren, gaf ik last den volgenden morgen om drie uur te vertrekken ; ik legde mij geheel gekleed ter rust.

Men kan gemakkelijk begrijpen, dat deze nacht niet zoo rustig was als de vorige. Het ongeduld was oorzaak van slapeloosheid. Ik was te bestemder ure gereed, en moest mijn uiterste best doen om den luien Caspov te wekken. Hij veinsde mij niet te hooren, ofschoon ik hem vrij duidelijk bij zijn naam

Sluiten