Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting konden aanbrengen. Ik had niets bij mij dan eene poederlimonade, en deze drank kon mij noodlottig worden. Ik beklaagde mijzelv en, dat ik den raad van M. Peterson niet gevolgd had, die mij had aangespoord te Tobolsk al de nuttige geneesmiddelen aan te schaffen, doch toen was ik zoo bovenmate blij dewijl ik mijne vrijheid herkregen had, dat ik mij niet kon' voorstellen, dat mij onderweg een ziekte of onpasselijkheid overvallen zou. En waartoe zouden ook al die poeders en pillen eener apotheek kunnen dienen, indien ik er toch de kracht en het uitwerksel niet van kende. Ik verdroeg mijne ongesteldheid met geduld en evenwel kwelde mij de gedachte, dat ik wellicht in ziekelijken toestand bij mijne familie zou aankomen.

Men geleidde mij in dezen staat naar Tinnen, waar wij des namiddags aankwamen. Mijn koerier deed zijn best om mij over te halen daar te vernachten en er te blijven, tot ik volkomen hersteld was. Ik verzette er mij hardnekkig tegen. Welke geneeskundige zorgen kon ik in dit ellendige plaatsje verwachten ? Ik zou verplicht zijn mij te vertrouwen aan den een of anderen onbekwamen heelkundige, zoo deze al dien naam verdiende.

Ik besloot dus, op gevaar af van mijne kwaal te verergeren mijne reis \oort te zetten. Wij waren de grenzen van Siberië zoo nabij, en ik wilde ten minste aan de overzijde sterven.

Wij trokken dus Tinnen voorbij, doch mijn toestand werd zoo bedenkelijk, dat ik bij het tweede station de beweging van het rijtuig niet meer kon verduren, en verplicht was in dit armzalig dorp stil te houden. De avond was reeds gevallen, toen wij er aankwamen. Ik verzocht aanstonds, dat men in mijn rijtuig zelve een bed zou gereedmaken. Men voldeed aan mijn verlangen, ik trachtte te slapen, doch het gelukte mij niet. Op dat oogenblik woelde het in mijn binnenste, de natuur streed met ongeloofelijke kracht, maar ik doorstond de crisis en ik dankte haar de goede gezondheid, welke ik den geheelen winter genoot.

Den volgenden morgen zette ik mijne reis voort. Ik was nog zeer zwak, doch ik leed niet meer. Te tien uren kwamen wij aan de grenspalen van het gouvernement Tobolsk, d. w. z. in het midden van het woud, dat ik bij het vertrek naar mijn

14

Sluiten