Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beklaagden over mijne ongelukken en lof toezwaaiden aan mijne werken. Ik was voor die betuigingen van genegenheid en eerbied niet weinig gevoelig.

Toen mijn lichaam en niet minder mijne ijdelheid verzadigd waren, nam ik afscheid van de vriendelijke bezoekers en steeg in mijn rijtuig. En ik moet bekennen, dat ik toen weder tevredener en gelukkiger was (de reis bracht mij immers steeds nader tot mijn geliefden in het vaderland) dan te midden van zoovele bewonderaars. Echter zal ik nooit vergeten, dat aan de grenzen van Azië en zelfs in dat gedeelte der wereld, hetwelk men onbewoonbaar noemde, vrienden gevonden werden van mijne arme muse, vrienden, die mij in de hachelijkste en smartvolste oogenblikken mijns levens hunne hulp en vertroostingen hebben aangeboden; zij vonden in mij een ouden vriend, dien zij beminden zonder hem te kennen, een vriend, hun immer lief door de aantrekkelijkheid mijner geschriften. O, welke zoete belooning voor mijn letterkundigen arbeid; ik verkies die duizendmaal boven al den lof en de vleierij der dagbladschrijvers, die er een ambacht van maken u in hunne bladen toe te juichen, terwijl zij u somtijds in het geheim het hart verscheuren. Indien er bewijzen noodig waren, het zou mij niet moeilijk vallen ze te leveren, doch laat ons onze reis vervolgen.

Sluiten