Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik vertrok en zette mij terstond aan den arbeid. Het laatste woord taxé bracht mij in niet geringe verlegenheid. Moest ik het weergeven" door het woord beschuldigd? Deze uitdrukking kon den keizer hard voorkomen en zelfs hem mishagen. Na lang nagedacht te hebben, meende ik, dat het beter was eene omschrijving te gebruiken en het weer te geven door: van datgene, waartoe men hem dikwijls bekwaam heeft geoordeeld.

Na twee uren keerde ik naar het kasteel terug. Graaf Kutaissom verwittigde den keizer van mijne komst. Deze beval mij aanstonds binnen te leiden. Ik vond den vorst alleen. „Zetu, zeide hij mij met goedheid. De eerbied belette mij hem het eerste oogenblik te gehoorzamen, waarom de keizer op meer ernstigen toon zeide: „Ga zitten, beveel ik u." Ik nam een stoel en zette mij tegenover hem aan zijn bureau neder.

Hij vroeg mij het origineele Fransche stuk; ik gaf het hem. „Lees uwe vertaling," zeide hij. Ik las ze zeer langzaam, terwijl ik hem nu en dan over het papier heen aankeek. Hij lachte bij de woorden: en champ dos (afgesloten kamp) en toonde zich voldaan behalve over den laatsten zin.

Hierop beweerde hij, dat bekwaam geoordeeld niet het ware woord was, en dat men beschuldigd moest gebruiken. Ik nam de vrijheid hem te doen inzien, dat het woord taxé in het Duitsch eene geheel andere beteekenis heeft dan in het Fransch. „Accoord, zeide hij, maar bekwaam geoordeeld geeft mijn denkbeeld niet volkomen terug.

Ik waagde het toen, hem met zachte stem te vragen, of het woord beschuldigd beter op zijn plaats was, „Goed, goed, zeide hij, dat is het, schrijf beschuldigd. Ik nam de pen, en schreef, wat hij verlangde. Daarop bedankte mij de keizer voor de moeite, die ik genomen had, zond mij weg, terwijl ik verrukt was over zijne goedertierenheid en de vriendelijke wijze, waarmede hij mij bejegend had. Al degenen, die het geluk hebben den vorst van nabij te kennen, komen in de getuigenis overeen, dat Paul I in zijn gewonen omgang van een buitengewoon goedig karakter was, een vorst, met wien men vertrouwelijk kon omgaan.

Ik heb gemeend, dat het mijn plicht was omtrent deze zaak tot in de kleinste bijzonderheden te treden, dewijl zij zulk een

Sluiten