Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XV.

Vertrek uit St. Petersburg en Terugkeer in het Vaderland.

Ee dood van Paul I deed in mij de hoop ontwaken naar mijn vaderland te kunnen wederkeeron. Ik stelde mij voor, als de keizer een weinig de dringendste zaken van zijn bestuur had afgedaan, een oogenblikzijne aandacht op mij te vestigen en hem verlof te vragen, om te kunnen vertrekken. Niet vóór den 30en Maart had ik de gelegenheid mijn ontwerp uit te voeren. Te dien einde overhandigde ik een memorie aan prins subow, generaal-adjunct van den keizer. Ik ontving den 2en April door zijne tusschenkomst het volgende vleiende antwoord : „Dat de keizer mij in zijn dienst wenschte te houden." Zooveel goedheid, eene zoo uitdrukkelijke onderscheiding brachten mij in groote verlegenheid. Ik bleef bij mijn besluit van te vertrekken, en had den moed openhartig te verklaren, dat ik van dankbaarheid doordrongen was voor de welwillende bedoelingen van den czaar, doch dat het uur van mijn vertrek geslagen had. Men gaf mij eindelijk de zoozeer verlangde toestemming.

Den 29en April verliet ik met mijn familie St. Petersburg. Wij hielden ons eenige weken te Jewa op, vervolgens begaven wij ons naar Wolmershoff, een der landgoederen van den baron Von Low enstern, die ons dringend had uitgenoodigd om eenige ' dagen te zijnent door te brengen.

Mijnheer Von Bever was de eerste persoon, dien ik ontmoette,

Sluiten