Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te Riga vernam ik, dat een brief, welke mijne vrouw aan de hertogin van Weimar geschreven had, naar den postdirecteur te St. Petersburg was gezonden, en dat de keizer hem gelezen had. Deze zond den brief aanstonds terug, gelastte dat men hem zou verzegelen en aan zijn adres verzenden. Mijne vrienden hadden daarin een gunstig voorteeken gezien. Ik ben ook innig overtuigd, dat deze brief, waarvan ik eene copie in handen heb, niet anders dan een goeden indruk op den keizer kon gemaakt hebben. Het doet mij goed aan het hart, dat ik ten deele mijne vrijheid aan mijne echtgenoote te danken heb.

Te Mittau vonden wij den gouverneur Driesen niet meer terug; hij had zijn post verloren. Eenzelfde lot had de brave raadsheer Sellen de Polangen ondergaan; ik ontmoette den laatste dus evenmin, doch wel den luitenant Bogeslawsky, die mij van Polangen tot Mittau vergezeld had. Hij ontving mij als een ouden vriend en bood ons een heerlijk ontbijt aan. De zaal, waarin hij ons geleidde, bracht mij het tooneel mijner gevangenneming te binnen. De herinnering aan ons geleden kwellingen heeft somtijds eene bekoorlijkheid, machtiger dan die der genoegens, welke wij vroeger gesmaakt hebben. Ik vroeg naar den wrelstand van den eerlijken Kozak, die ons vergezeld had.

Ik wilde hem een geschenk aanbieden, doch hij was niet aanwezig.

Op het oogenblik, waarop wij het wachtkorps voorbij reden, toen de barrière geopend en achter ons gesloten werd, stortte ik tranen van aandoening. Die ontroering werd niet veroorzaakt door het verlaten van den Russischen bodem. De naam van Alexander had niets, dat ons kon ontstellen — men kon onder zijn bestuur een gelukkig en vreedzaam bestaan hebben in het keizerrijk. Mijne tranen dankten haar ontstaan aan dien terugkeer, langs dezelfde wegen, die ik met zooveel ontsteltenis, angst, vertwijfeling, weemoed, verdriet en kommer had afgelegd; aan de beschouwing van de droevige plek, waar mijne rampen begonnen waren; aan de herinnering der al de smartelijke gevoelens, die mijn gemoed bestormden; aan den terugblik op al de droevige tooneelen, die mijne ziel hadden verscheurd; en aan de tegenstelling, die mijn huidige toestand bood met dien

Sluiten